« April 2006 | Main | July 2006 »

Employee Portal: Installatie

Microsoft Dynamices Navision Employee Portal is een uitbreiding van Dynamics NAV waarmee je in staat bent om snel, zonder kennis van programmatie, een intranet website in elkaar te steken, waarop je Dynamics NAV contect kan plaatsen. Employee Portal kan je beschouwen als een toolkit om een  web gebaseerde interface te bouwen op je ERP applicatie: Dynamics NAV.

Employee Portal is gebouwd rond WSS (Windows Sharepoint Services) en wat je maakt is dus eigenlijk een Sharepoint site met webparts die data ophalen uit de Navision database. Je kan niet alleen data ophalen en tonen, je kan eveneens data aanpassen (read, modify, delete,...).

Er zijn 4 soorten webparts beschikbaar: List, Card, Header-Line en Search. Natuurlijk kan je ook andere webparts op je site plaatsen, zoals de bende webparts die standaard bij een Sharepoint installatie meekomen. Eigenlijk ben je in staat om een eigen (mini) client te voorzien aan je gebruikers, ipv de standaard Navision client applicatie. En als dit allemaal nog niet voldoende is, kan je natuurlijk zelf je eigen webparts ontwikkelen.

Wat zijn nu de requirements voor Employee Portal ?

  • Windows Server 2003
  • Internet Information Server (deel van Win2003)
  • .NET framework 1.1 (deel van Win2003)
  • Message Queuing Services (deel van Win2003)
  • Sharepoint Services (deel van Win2003 of gratis downloadbaar van Microsoft site)
  • Visual J# .NET framework redistributable  (gratis downloadbaar van Microsoft site)
  • Navision Database Server
  • Navision Application Server (NAS)
  • Employee Portal Front End

Verder is het ook aan te raden steeds te werken met de laatste service packs en windows updates.
De volgorde zoals de onderdelen hierboven staan vermeld is ook de aan te raden volgorde van installatie.

We zullen nu even in het kort de installatieprocedure doorlopen. Het is ook mogelijk om Key Exchange te implementeren in Employee Portal. Op die wijze kan je de communicatie tussen de Front End (WSS) en de Back End (Navision) beveiligen. Dit gebeurt door het toepassen van een combinatie van assymmetrische en symmetrische encryptie. (Private/Public keys) De installatie hiervan ga ik in dit blog artikel niet bespreken. [Dit is stof voor een volgend artikel ;-)]

Ik zal beginnen vanaf de installatie van de NAS. Voor de andere items ga ik uit dat de installatie zeer eenvoudig is en zichzelf uitwijst.

NAS components:

Run de Navision Application Server setup van de installatie CD. Kies voor een "custom" installatie en zorg ervoor dat je de Employee Portal components selecteert. Op een bepaald moment moet je dan de Navision Database Server Namen ingeven. Hier maak je best een duidelijk onderscheid tussen de native database en de sql server database door de namen bijvoorbeeld als volgt te kiezen: NEP-CLASSIC en NEP-SQL. Let op, de namen die je hier kiest, zullen ook de namen van de services zijn die gecreeerd zullen worden. Als je later de NAS manager configureert zal je naar deze namen exact moeten verwijzen.

EP Front End:

Run de Front End installatie setup.exe van de installatie CD. Belangrijk is dat de front end moet geinstalleerd worden op de machine waar ook de WSS geinstalleerd is geweest. Als je dus werkt met meerdere servers moet je daarmee rekening houden ! Tijdens de installatie moet je op een bepaald moment de "Request Message Queue" naam ingeven, dit is de naam van de server die de message queuing services host. Als je bij de installatie van de front end kiest voor een complete installatie (ipv custom) dan wordt ook een demo site mee geïnstalleerd op je WSS site. Deze kan zeer handig zijn om je op te inspireren tijdens het maken van je eigen site(s).

NAS configureren:

Na de installatie van de NAS moet deze nog geconfigureerd worden. Het is de NAS die de communicatie tussen Sharepoint en Navision gaat regelen. Je kan (moet) een application server record maken in Navision voor elke NAS die je opzet. Je kan dus ook meerdere NAS opzetten. Standaard wordt er 1 NAS opgezet.

In Navision vind je die terug in het window: "EP Appln. Server Setup Card". Hij heeft default de code NEP-1. Normaalgezien bij een standaard installatie gaan we hier niets wijzigen. Belangrijk  om te onhouden is de naam NEP-1.

Na de installatie van de NAS is er in je start menu bij Microsoft Dynamics Navision een item bijgekomen: "Microsoft Business Solutions Navision Application Server Manager". Dit is de tool waarmee je uw NAS service(s) kan configureren en starten/stoppen. Je hoeft hiervoor deze tool niet te gebruiken, je kan dit ook doen via de command prompt door naar de installatie folder te navigeren van de NAS en de nas.exe aan te roepen. Je moet dan hieraan de correcte parameters meegeven.

Open de NAS Manager. Klik met de rechtermuisknop op het ikoontje en kies "New Application Server".

Nasmanager

Geef als naam op: NEP-CLASSIC en/of NEP-SQL. Let op: dit moet exact dezelfde naam zijn die je opgaf tijdens de installatie (zie hoerboven). Druk op OK en nu zal er een ikontje bijkomen. Als je erop klikt verschijnen dan rechts de configuratieparameters van je NAS:

Nasmanager2

Nu moet je de correcte NAS parameters invoeren. Op de installatieCD van de NAS naast de installatiesoftware zit er normaalgezien ook een NAS pdf document. Hierin vind je een hele hoop interessante informatie terug over de NAS en hoe je deze kan installeren en de mogelijke configuratie parameters.

Bekangrijk te onthouden hier is dat je, wat betreft Employee Portal en de NAS, altijd een startup parameter moet meegeven die begint met "NEP-". In ons geval is dit NEP-1. (zie hierboven)

In codeunit 1 trigger 99 wordt daar namelijk naar gezocht.  In  deze codeunit is er de functie NASHandler(...). Hierin zit oa volgende code:

  IF (COPYSTR(Parameter,1,4) = 'NEP-') THEN BEGIN
    EPNASSetup.GET(Parameter);
    IF EPNASSetup."Front End Processing" THEN BEGIN
      EmployeePortalApplSrv.SetNASID(Parameter);
      EmployeePortalApplSrv.RUN;
      CGNASStartedinLoop := TRUE;
    END;
    IF EPNASSetup."Handle Key Exchange" THEN BEGIN
      EmployeePortalTrustNAS.SetNASID(Parameter);
      EmployeePortalTrustNAS.RUN;
      CGNASStartedinLoop := TRUE;
    END;
  END;

Dus deze code wordt uitgevoerd bij het starten van de NAS en als er geen 'NEP-' parameter gevonden wordt dan zal de Employee Portal application server niet runnen.

Front End processing:

Nu moet je nog enkele zaken bekijken in de Front End (WSS). Namelijk moeten we ervoor zorgen dat de Front End dezelfde setup gaat gebruiken als de Back End.  Hiervoor moet je op zoek gaan naar de web.config. Deze vind je terug in de root folder van IIS.
Samengevat: Front End ==> web.config en Back End ==> "EP Appln. Server Setup Card".

In de web.config vind je dan een aantal parameters terug zoals bijvoorbeeld:

<add key=“UseEncryption” value=“0” />

<add key=“UseCompression” value=“0” />

Zorg ervoor dat dit in overeenstemming is met wat je al dan niet hebt geselecteerd in de Back End. Als je hier aanpassingen maakt moet je erna de IIS en ook NAS herstarten.

Voila, je hebt nu alle stappen doorlopen voor de installatie van Employee Portal.


Troubleshooting:

De NAS wil niet starten, of je krijgt een boodschap op je WSS site in de aard van 'Incorrect Function' of 'Unable to locate Application Server'.

Meestal is dat te wijten aan een verkeerde configuratie van de NAS. Om te weten of je NAS succesvol werkt moet je eens gaan zien in de eventlog op de server waar de NAS moet werken. Als de NAS goed is geconfigureerd moet je er ergens een boodschapje terugvinden zoals deze:

Ep3

Als je deze niet terug vindt, dan zal er ongetwijfeld een warning of error terug te vinden zijn waarin je meer informatie kan vinden over het waarom. Als je in de eventlog niet voldoende informatie hebt dan kan je alsnog eens proberen dezelfde NAS op te starten via de command prompt. Hierin krijg je meestal meer relevante informatie terug. Een voorbeeld van zo'n commando kan zijn:

nas appservername=nep-1, company="CRONUS International Ltd.", NETTYPE=TCP, startupparameter=NEP-1, database=..\client\database.fdb

Error Receiving Backend Private Key.

Als je deze error krijgt tijdens het opstarten van je NAS moet je in Navision gaan en het "EP Setup Card" window openen. Daar moet je dan de key laten genereren:

Ep4

XBRL: nog geen 2.1

XBRL (Exstensible Reporting Language) is een algemeen aanvaarde rapporteringsstandaard die gebruikt kan worden in een groot aantal internationale ERP- en boekhoudapplicaties waaronder ook Dynamics NAV. Hierdoor kunnen bedrijven, onafhankelijk van waar ze gevestigd zijn, dezelfde rapporten gebruiken. De uitwisselbaarheid van financiële gegevens tussen bedrijven die verschillende ERP software gebruiken wordt hierdoor ook mogelijk gemaakt.

De rapportering gebeurt op basis van Taxonomies. Enkele bekende voorbeelden zijn IAS en USGAAP (die ook in Cronus zijn terug te vinden. Deze en nog andere Taxonomies kunnen in de vorm van xml bestanden gedownload worden op www.xbrl.org waarna ze geïmporteerd kunnen worden in Dynamics NAV. De versie van de Taxonomy wordt aangeduid door de Spec (Specification). Een behoorlijk aantal veelgebruikete Taxonomies zoals IFRS en GAAP (US maar ook Canada) kunnen vanop bovenstaande website gedownload worden volgens Spec 2.1. Maar blijkbaar kunnen Taxonomies van Spec 2.1 momenteel nog niet gebruikt worden in Dynamics NAV. Enkel Spec 1.0 en 2.0 kunnen geïmporteerd worden. Op de gekende websites van Microsoft is hierover weinig informatie te vinden. Waarschijnlijk zal het wachten zijn op een volgende product release alvorens Spec 2.1 zal gebruikt kunnen worden.

Wij houden jullie op de hoogte!

FINDFIRST, FINDLAST, FINDSET statements

In Navision gebruikt men traditioneel 2 verschillende Find statements om records terug te vinden in een tabel, namelijk FIND('-') en FIND('+'). Deze functies worden gebruikt om
Het eerste of laatste record te vinden in een tabel of een set

  • Checken of er records bestaan in een tabel
  • Door records loopen in een tabel of een set

Deze functies werken zeer goed en performant op de native Navision Database omdat deze gebruik maakt van ISAM (Indexed Sequential Access Method) en dus records individueel gaat lezen. Deze statements kunnen ook gebruikt worden om een set van records op te vragen en vervolgens in deze set eventueel een key aan te passen van de index waarop de set gebaseerd is. Hiermee heeft SQL Server problemen, in tegenstelling tot de Native Database.
Sql server en de NDBCS database driver zijn ontworpen opdat SQL Server probeert te ontdekken of er in een loop wordt gelezen of als men single records wenst op te halen. Sql server misinterpreteert soms deze FIND('-') en FIND('+') statements en is geneigd set based queries te produceren om kleine recordsets terug te sturen in plaats van gewoon het single record terug te sturen wat gevraagd was. Dit gebeurt meestal als men gebruik maakt van de combinatie WHILE FIND('-') in plaats van de REPEAT UNTILL NEXT methode. Dit is een extreem inefficient gebruik van SQL Server en dus nefast voor de performantie van onze applicatie.
SQL Server heeft veel liever precieze statements die hem toelaten zijn cursors optimaler te herbruiken. Navision is nu uitgebreid met enkele nieuwe functies om dit te verbeteren, namelijk

  • FINDFIRST
  • FINDLAST
  • FINDSET

Deze functies voeren exact hetzelfde uit maar veel efficienter en gaan de server niet belasten met onnodige server-calls en cursors. Deze functies resulteren in mindere server calls, een simpeler execution plan en een efficient gebruik van cursors.

Synthax:    [OK] := FINDFIRST;
Gebruik deze functie om het eerste record te vinden in een tabel gebaseerd op de huidige key en filter.

  • Minder round trips naar de server
  • Simpeler Sql-Plan
  • Efficient hergebruik van cursors
  • Select TOP 1*, ...

Kan FIND(‘-’) vervangen op Microsoft Dynamics NAV Server

Synthax:    [OK] := FINDLAST;
Gebruik deze functie om het laatste record te vinden in een tabel gebaseerd op de huidige key en filter.

  • Minder round trips naar de server
  • Simpeler Sql-Plan
  • Efficient hergebruik van cursors
  • Select TOP 1*, DESC ...

Kan FIND(‘+’) vervangen op Microsoft Dynamics NAV Server

Als je bijvoorbeeld een codeunit maakt waarin je 5 keren na elkaar een FIND('-') uitvoert, en je doet hetzelfde met een FINDFIRST dan zal je merken als je, bijvoorbeeld via de Client Monitor, de gegenereerde SQL-statements bekijkt dat in het geval van de FINDFIRST de Navision database driver sneller het juist SQL statement genereert en vervolgens SQL Server veel sneller zijn caching gaat aanspreken enzo het eenmaal uitgevoerde statement en bijhorend query plan zal hergebruiken.

Vervolgens is er ook nog het FINDSET statement:
Synthax:    [OK]:=FINDSET([ForUpdate][,UpdateKey]);
Gebruik deze functie om een set van records te vinden in een tabel gebaseerd op de huidige key en filter. De records kunnen alleen opgehaald worden in dalende volgorde (ascending).

[ForUpdate]:
Zet deze parameter op FALSE als je geen records in de set wil aanpassen.
Zet deze parameter op TRUE als je wel records in de set wil aanpassen.
Als je deze parameter op TRUE zet dan zal een LOCKTABLE uitgevoerd worden op de tabel voor de records worden gelezen.
[UpdateKey]:
Deze parameter is alleen van toepassing als de ForUpdate parameter op TRUE staat.
Als je een veld dat deel uitmaakt van de huidige key wil aanpassen dan moet je deze parameter op TRUE zetten.

Business Analytics: Hoe installeer ik mijn licentie ?

Business Analytics in Navision 4.00 is een algemene analytics en reporting oplossing, ontwikkeld om gemakkelijk toegang te geven tot relevante business informatie. Het gebruikt multi-dimensionele data store(s) die gebruikers snel en uptodate samengevatte informatie geeft met de mogelijkheid om deze data verder te analyseren. Het biedt de gebruiker specifieke reporting en analyse tools aan zodat men geïnformeerde business beslissingen kan maken zonder tijd te verliezen.

Samengevat gaan we dus eerst onze cubes (de multi-dimensionele data store) aanmaken vannuit Microsoft Dynamics NAV. Deze gaan we vervolgens publishen, met de configurator, waarna onze cube(s) tevoorschijn komt in Analysis Services. Nu kunnen we hierop rechtstreeks data lezen vannuit bijvoorbeeld Excell via ODBC. Maar een andere mogelijkheid is door gebruik te maken van de geavanceerde tool "BA Analysis". Met deze tool kunnen we dan onze cubes en de bijhorende data verder analyseren en tevoorschijn toveren in rapporten, grafieken, kaarten, ....

Als men de standaard installatieprocedure volgt kan het zijn dat de licentie niet correct wordt opgeladen waardoor men alleen toegang krijgt tot de demo cube in de "BA Analysis" tool. Het dient opgemerkt te worden dat er degelijk een licentie vereist is om met deze tool op onze eigen gecreëerde cube(s) te kunnen werken.
Eenmaal onze Microsoft Dynamics NAV licentie file, fin.flf, aangepast is met de benodigde granules:

  • 99,003,700 OnTarget Modeler
  • 99,003,710 OnTarget-Business Modeling

moeten we deze nog opladen. Dit doe op volgende wijze. Je moet de installatie software van Business Analytics opstarten.

Ba1

Kies voor de Advanced Installatie.

Ba2

Je vindt deze installatie software op de Business Analytics installatie cd. Klik op "autorun" om deze op te starten. In het menu "Servers" kies je voor "Configure Business Analytics Advanced".

Ba3

Vervolgens kies je gedurende het configuratie process de Microsoft Dynamics NAV installatie folder. Dit moet dus de folder zijn waar je fin.flf bestand zich bevindt.
Nu zal het configuratieprocess je licentie valideren en activeren.

Ba5_1

Ba6_1

Als je nu hierna de "BA Analysis" tool opnieuw opstart zal je merken dat de demo licentie verdwenen is en dat je cubes nu wel beschikbaar zijn bij de data-sources.
Indien het onwaarschijnlijke geval zich voordoet dat je licentie op een bepaald moment terug de demo licentie is, herhaal dan bovenstaande procedure. Is het probleem hierna nog niet opgelost, mischien is dan je licentie verlopen. Contacteer in dat geval best de Microsoft Helpdesk.

Rapid Implementation Methodology

In Navision 4.0 Service pack 1 is de Rim tool beschikbaar. Rim staat hierbij voor "Rapid Implementation Methodology". Microsoft stelt hierbij een tool ter beschikking van klanten en implementators die hen moet toelaten om implementatietrajecten sneller te doen verlopen.

"automate and simplify the recurrent processes in implementation projects"

Wij bekeken de Rim 2.0 versie.
Om vlot hiermee te kunnen werken kan je er best voor zorgen dat:
- MS xml 6.0 geinstalleerd werd om de RIM functionaliteit te kunnen gebruiken
- Navision 4.0 service pack 1 geinstalleerd werd
- Office 2003 Professional geinstalleerd werd om gebruik te kunnen maken van Excel imports/exports

Je start best met:
het importeren van de noodzakelijke Rim applicatieobjecten in de objectdesigner.
Door het importeren van de objecten, vind je echter géén extra menu of nieuwe menuitems in de bestaande menu's. In de documentatie staat dit wel in de screenshots maar je moet dat zelf voorzien. Gewoon een extra menu maken in de menusuite of inpassen in een bestaand menu dus. Door het importeren van de applicatieobjecten is RIM tool dus nog niet beschikbaar voor de gebruiker/implementator.

Rim 2.0 bevat:
Project Plan
Dit is een standaard Microsoft Project Plan (MS Projects.
Er bestaat geen verdere integratie met Rim tool zelf.
Met deze file tekent Microsoft de fases en taken uit van elk Navision implementatie project. Dit project plan kan aangepast worden, hergebruikt worden etc.

Pre-analysis questionnaire
Dit staat vermeld in de manual en verschillende presentaties. Het zou een tool zijn die ons in staat stelt om een salesprofiel te creeëren met mogelijkheid snel een eerste licentie configuratie te maken.
Deze questionnaire hebben wij echter in Rim 2.0 niet teruggevonden.
Nader onderzoek (info Microsoft) leerde ons dat deze questionnaire eigenlijk niet beschikbaar is.< br/> "It is an error in the Manual, there was in RIM version 1 (Industry Specific Solutions) a Questionnaire concerning configuration of granules based on a UBP1 price list in limited number of countries, but releasing to all countries that Questionnaire was no longer valid."

Industry specific setup data
In elk Navision implementatie project moeten de setup tabellen opgevuld worden met data. Dit is een taak in de parametrisatie van elk bedrijf. Microsoft stelde vast dat deze setup data in zelfde sectoren vaak dezelfde zijn. Daarom kunnen ze nu met de setup questionnaires geimporteerd worden.
Company_setup
Bij aanmaak van een nieuw bedrijf kan de gebruiker een XML importeren. Deze XML file bevat sector specifieke setup data. Hiermee kan een groot stuk van de basisparametrisatie worden opgevangen.

Wanneer deze file geimporteerd werd kan je zien welke basisdata geimporteerd werd in "Migration overview".
Migration_overview
Vanuit de migration overview kan je zien welke basisdata geimporteerd werd.
De XML file bevat daarnaast ook specifieke setup questionnaires. Deze vragen zijn specifiek per sector. Door deze vragen te beantwoorden en de antwoorden van toepassing te maken in Navision kan de detailparametrisatie ook snel geimplementeerd worden.

Setup questionnaires
Wanneer de industry specific setup XML file geimporteerd werd, dan worden hierbij ook specifieke vragen in navision geimporteerd. Dit gebeurt door de import van een specifieke setup questionnaire.
Setup_questonnaire_1
Deze setup questionnaire bevat vragen over verschillende setup area's in Navision:
Question_list_1
In RIM worden dit question area's genoemd. Elke question area is in detail bekijkbaar:
Question_area
Deze vragen kunnen vanuit Navision gexporteerd worden in xml of xls formaat. Deze kunnen dan aan de klant overgemaakt worden. De klant beantwoord de vragen.
De xls of xml file met de antwoorden kan terug in navision worden ingelezen. Via "apply answers" worden dan de antwoorden geinterpreteerd tot parameters in Navision.

Master Data templates
Deze templates zijn vergelijkbaar met de bestaande "customer templates". Dit wil zeggen dat met deze tool verplichte velden en default waarden kunnen meegegeven worden.
Met deze tool kunnen we dit nu voor alle tabelen bepalen.

Master Data migration
Deze tool laat de gebruiker toe om imports en exports te doen van master data.
De tool kan XML en XLS files aan. Een niet technisch profiel (eindgebruiker/implementatie consultant) kan nu zelf imports en exports voorzien zonder assistentie van een technische consulant.

top
October 2011
Mon Tue Wed Thu Fri Sat Sun
1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31
bottom
top
bottom





powered by FreeFind
© 2005 Plataan bvba | info@plataan.be